maandag 5 januari 2009

Tromsø

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het laatste afscheidsfeestje langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 22 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

In het treinstation vind ik drie erasmussers met kleine oogjes en grote verwachtingen, mijn reisgezellen. Wanneer de trein eenmaal vertrekt duurt het niet lang of de eerste valt alweer in slaap. Dat is waarschijnlijk het beste wat je kan doen als je op een boemel-trein zit over een traject van 500km. Ikzelf val nog niet in slaap. De thermometer die naast de noodrem hangt vind ik toch een beetje onheilspellend. Maar voorlopig blijven de temperaturen in de trein boven nul en lijkt de trein voor niets te stoppen. De neus van de trein is immers zodanig gemaakt dat een rendier dat op het spoor loopt zonder enige moeite in twee gereten wordt en van het spoor wordt geslingerd. Van alle dingen dat je over de Noor kan zeggen is “praktisch” er zeker één van.

Uit verveling probeer ik contact te maken met de Noorse naast mij -in het “vloeiend” Noors natuurlijk -.
Dat elke Noor Engels spreekt wist ik al, maar dat ze m’n Vlaams accent herkennen en in het Nederlands overschakelen is toch wel straf. Mijn verbazing is blijkbaar op m’n gezicht af te lezen en ze vertelt me dat ze getrouwd is met Nederlander en terug naar Noorwegen komt om Kerstmis te vieren met haar familie.
In dat opzicht zijn de Noren net als kikkers. Elk jaar MOETEN ze terug naar de plek waar ze geboren zijn en niets of niemand zal ze daarvan tegenhouden. Ziet u het verband?

Wanneer ik ze vertel dat we naar Tromsø gaan om Kerstmis te vieren zegt ze spontaan: “Ah, heb je dan familie in Tromsø?”
“Nee, dit is gewoon een buitenkansje dat ik niet kan laten schieten” zeg ik.

De blik in haar ogen zal ik later nog terugzien bij andere Noren en spreekt boekdelen. Het is moeilijk te verwoorden, maar het moet ongeveer dezelfde gelaatsuitdrukking zijn als ik had gezegd dat ik een alien ben. Een mix van ongeloof, verbazing, afschuw, respect en medelijden. Niet veel later valt het gesprek stil en probeer ik een beetje in m’n Noors boek te lezen.

Tien bladzijden verder val ik in slaap. Wanneer ik wakker wordt begint de zon al onder te gaan. Het moet ongeveer 15:00u zijn.
Mis, het is 12:00u. De trein gaat immers verder en verder naar het Noorden, terwijl de zon achterblijft in het Zuiden.

Nog tien bladzijden verder zijn we ongeveer in het de helft van ons traject.

De tijd vliegt voorbij en tien bladzijden later nemen we afscheid van het Nederlands-Noors koppel. M’n oogleden worden zwaarder, maar ik zet door en twintig bladzijden later komen we aan in Bodø. Het eindstation van de trein. Gelukkig is de oppervlakte van een Noorse stad niet te groot en vinden we snel het huis van onze host die we via cough-surfing hebben gevonden. M’n reisgenoten beginnen met het avondmaal terwijl ik met onze host praat. Hij blijkt een eenzame muzikant te zijn en het duurt niet lang of we krijgen een van z’n liefdesliedjes te horen. Toegegeven, hij heeft talent.

Ondertussen is het eten klaar: pasta en fishsticks. “Noot aan mezelf” zegt een stemmetje in m’n hoofd, “morgen kook ik zelf”. Tijdens het avondmaal wordt er een hevige discussie gevoerd over de politiek in Vietnam en China. Je weet wel, zo’n discussie waar niemand iets van afweet maar iedereen een mening over heeft.
Gelukkig is onze host een wijs man en terwijl hij z’n wijze woorden spreekt “Jongens, deze discussie is pointless” tovert hij twee flessen wijn tevoorschijn –die we achteraf zelf hebben moeten betalen, this is Norway – Na de eerste fles is iedereen China en Vietnam vergeten en komen de eerste liederen op gang, begeleid door de gitaar van onze host.

Na de tweede fles trekken we de stad in om het nachtleven van Bodø te verkennen. Na een rustig maar geslaagd feestje kruipen we onder de wol, of meer correct, in de slaapzak.

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het feestje gisteren langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 10 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

Samen met m’n reisgenoten gaan we al slaapwandelend naar de bushalte tot plotseling de straattegels mijn hoofd ontmoeten. Ik ben nog altijd niet gewend aan het gladde ijs. Na m’n reisgenoten een paar Vlaamse scheldwoorden geleerd te hebben ben ik volledig wakker en terug met m’n voeten op de grond.

Eenmaal in de bus duurt het niet lang of ik val in slaap. Wanneer ik terug wakker wordt heb ik geen idee welk uur het is. Het is mistig grijs weer en geen zon te bespeuren. Veel trek ik er me niet van aan en val terug in slaap tot mijn maag me wakker maakt voor het middagmaal. M’n maag moet zowat het enigste lichaamsdeel deel zijn dat nog enig tijdsbesef heeft.

Na een duigdoend ontbijt/middagmaal praat ik met de Noor naast me. Jawel, vijf zinnen in het Noors voor hij in het Engels begint te spreken! Een persoonlijk record!
Natuurlijk is ook hij op weg naar het ouderlijk huis om Kerstmis te vieren. Z’n huis is gelegen op een heuveltje vlak naast de fjord met een veranda met zicht op zee. Een ideale plaats om met een warme chocomelk naar het Noorderlicht en de voorbij zwemmende walvissen te kijken vertelt hij mij. “Dat moet de reden zijn waarom de gemiddelde Noor zo oud wordt” zegt het stemmetje in m’n hoofd.
Wanneer hij me vraagt wat mij naar het verre Noorden drijft tijdens Kerstmis antwoord ik wijselijk dat ik een tante in Tromsø bezoek. Tja, een leugen voor zijn bestwil. Ik wil niet verantwoordelijk zijn voor het stijgend aantal hartstilstanden in Noorwegen.

Na een zestal uur komen we aan in Narvik, waar we van bus moeten verwisselen. Vermits we een uur moeten wachten op de bus naar Tromsø, hebben we tijd om de enigste interessante plekje in Narvik te bezoeken (volgens m’n Trotter). Een wegwijzer naar een aantal plaatsen in de rest van de wereld. Tja, je hebt niets gemist als je er niet bent geweest. (een duidelijkere foto zal ter beschikking gesteld worden op facebook)

Een viertal uur later komen we uiteindelijk aan in Tromsø! Een eilandje omringd door bergen en volgens den Noor het Parijs van Noorwegen. Buiten het feit dat beide steden een eiland zijn is deze vergelijking me ver zoek, al wil ik daar niet mee zeggen dat Tromsø geen gezellig stadje is. Moest ik opnieuw moeten kiezen naar waar ik op Erasmus wil gaan zit Tromsø zeker in de top 3.
Na een half uurtje vinden we onze kamers waar we de komende dagen zullen verblijven. Een studentenkamer dat we goedkoop kunnen huren. Ideaal!
Vermits niets doen zeer vermoeiend is laten we Tromsø voorlopig voor wat het is en kruipen we vroeg de slaapzak in.

De volgende dag wachten we onze twee Italiaanse vrienden op die terug komen van Noordkaap en via Tromsø terug naar Trondheim gaan. Vijf graden, regen en een schemering in de lucht dat wel eens noorderlicht zou kunnen zijn klinkt hun verslag. Niets om jaloers op te zijn dus.
Na een ontspannend dagje UNO is het mijn beurt om eten te maken: Pizza.

Terwijl ik het deeg maken kijken de Italianen elkaar vragend aan. Blijkbaar heb ik iets verkeerd gedaan volgens de Italiaanse traditie. Maar het wordt me vergeven en ze laten me verder koken. Wanneer ik met het beleg begin loopt het helemaal om zeep. Niet dat de pizza niet lekker is, maar volgens den Italiaan is het geen Pizza meer. Gelukkig zijn ze honger genoeg dat ze het over hun hart krijgen om het op te eten. “Noot aan mezelf” zegt het stemmetje in m’n hoofd, “maak NOOIT Italiaans eten voor een Italiaan!”

Na het avondmaal stuurt Svenja, die net aankomt in Finnsnes (ergens tussen Narvik en Tromsø) bij haar gastfamilie, me een sms’je dat er veel noorderlicht in de lucht hangt. Het duurt niet lang of iedereen staat buiten met de blik naar boven gericht. Teleurstelling alom, het is veel te bewolkt en er is veel te veel achtergrond licht van ’t stad. Maar niemand is zo wanhopig om noorderlicht te zien als een erasmusstudent en dus beginnen we te wandelen. Na een drietal uur zijn we volledig uit Tromsø-stad en zien we iets aan de hemel.

“Pfffffff” denk ik “daar kan ik mijn vrienden niet eens mee jaloers maken. Langgerekte groene wolken zie ik in België ook”. Gelukkig heeft Lucas een flesje wodka mee om warm te blijven en terug naar huis te geraken (jammer genoeg niet genoeg wodka om meer noorderlicht te zien).

07:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat de zoektocht naar het noorderlicht langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Vermits de twee Italianen morgen alweer vertrekken gaan we vandaag alles doen wat er te doen valt in Tromsø. Wat ik de volgende dagen zal doen is me een raadsel, maar daar probeer ik nog niet aan te denken. Eigenlijk zijn er maar twee musea in Tromsø dat de moeite waart zijn om te bezoeken, maar vermits alles hier sluit om 15:00u moeten we vroeg opstaan.

De volgende dag slapen we uit (behalve dan de Italianen die alweer naar huis zijn) tot dat ik wakker wordt van het licht! (Dit uitroepteken is niet misplaatst noch een vorm van dichterlijke vrijheid, maar bittere ernst. Wakker worden van het licht wanneer de zon niet meer opkomt is immers niet zo evident) Dit moet ergens rond 12:oou zijn. Het licht verdwijnt alweer om 14:oou, na ons ontbijt. Gelukkig is er voldoende sneeuw zodat je zonder moeite kunt zien “’s nachts”.
Lucas (een van m’n reisgezellen) heeft zijn vlucht terug deze avond. Terwijl we samen naar de luchthaven wandelen grappen we dat op het moment dat hij in de vlieger zit, een enorm spektakel van noorderlicht over Tromsø zal plaatsvinden. Niets bleek minder waar te zijn. Op de weg naar huis leggen we ons lot in de handen van een muntstuk: kop=links, let=rechts. Toeval of niet, maar op het moment dat we “een langgerekte groene wolk” zien, zien we tevens een donker stukje bos. Geen tijd te verliezen. Door de diepe sneeuw trekken we het bos in, tot plotseling:

Voor 15 minuten staren we met ons drieën naar de hemel. NICE!
Goed gezind wandelen we terug naar huis en kruipen de slaapzak in.

Op kerstdag trek ik er even alleen op uit, terwijl m’n vrienden een Noors equivalent van siësta uitvinden. Nog nooit heb ik zoveel volk op straat gezien in Noorwegen. Heel het land gaat samen met het hele gezin richting het kerkhof gewapend met een spade. Best wel luguber als je het mij vraagt. Mede door het feit dat het al behoorlijk donker is doet deze scene me aan een slechte zombie film denken. Dat je dicht bij je familie wilt zijn met Kerstmis is één ding, maar er zijn grenzen.

Al gouw blijkt dat den Noor toch niet zo zot zijn als ze voordoen en dient de spade alleen maar om het graf terug te vinden onder de sneeuw. Het resultaat mag er best wel zijn:

De chronologie van de komende dagen is me volledig bijster. Doordat er geen reden meer is om vroeg op te staan verschuift m’n dagritme van 12:oou tot 02:oou.

Op de dag dat we het vliegtuig terug naar Trondheim willen nemen steekt er een sneeuwstorm op. Murphy strikes again.
Ons vliegtuig kan niet landen en keert terug naar Bodø. Door de luidsprekers wordt er een mededeling afgeroepen wat we moeten doen om thuis te geraken, in het Noors natuurlijk. Na toch maar nog is na te vragen blijkt dat we een nieuw ticket moeten kopen. Shit! Ik heb natuurlijk niet genoeg geld meer daarvoor. Niets anders te doen dan mijn ouders te bellen.

Tuut-tuut-tuut-… Greet Vos is momenteel niet beschikbaar, …..
“Murphy strikes again”
En vermits ik mijn oude gsm gebroken heb, heb ik natuurlijk het nummer van mijn vader niet meer.
“Murphy strikes again”

Gelukkig heeft mijn grote zus nog steeds het nummer van mijn oude gsm en ken ik het nog vanbuiten. Na een kort gesprek als:
hoi Sarah, Zalig Kerstmis. Kan je mij wat geld lenen?”
Ben ik weer wat rijker.

Ook onze studentenkamer is nog steeds beschikbaar. Slapen in de luchthaven is dus niet nodig.

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het wachten op de vlieger gisteren langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet op tijd in de luchthaven zijn om een nieuwe vlucht te boeken.
Eenmaal in de luchthaven blijkt dat we pas de volgende dag kunnen vertrekken, maar dat de luchtvaartmaatschappij beslist heeft om onze vlucht te betalen.
Take that Murphy!

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat we gisteren te lang in de sneeuw gespeeld hebben heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet m’n vlucht naar huis halen. Hoewel het weer nog steeds somber is stijgt de vlieger deze keer toch op. En na een half uurtje vliegen: LICHT!

En na een vertraging van 36uur landen we uiteindelijk in Trondheim. Klaar voor m’n Nieuwjaar avontuur waar ik je alles over zal vertellen in m’n volgende blog.