maandag 5 januari 2009

Tromsø

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het laatste afscheidsfeestje langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 22 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

In het treinstation vind ik drie erasmussers met kleine oogjes en grote verwachtingen, mijn reisgezellen. Wanneer de trein eenmaal vertrekt duurt het niet lang of de eerste valt alweer in slaap. Dat is waarschijnlijk het beste wat je kan doen als je op een boemel-trein zit over een traject van 500km. Ikzelf val nog niet in slaap. De thermometer die naast de noodrem hangt vind ik toch een beetje onheilspellend. Maar voorlopig blijven de temperaturen in de trein boven nul en lijkt de trein voor niets te stoppen. De neus van de trein is immers zodanig gemaakt dat een rendier dat op het spoor loopt zonder enige moeite in twee gereten wordt en van het spoor wordt geslingerd. Van alle dingen dat je over de Noor kan zeggen is “praktisch” er zeker één van.

Uit verveling probeer ik contact te maken met de Noorse naast mij -in het “vloeiend” Noors natuurlijk -.
Dat elke Noor Engels spreekt wist ik al, maar dat ze m’n Vlaams accent herkennen en in het Nederlands overschakelen is toch wel straf. Mijn verbazing is blijkbaar op m’n gezicht af te lezen en ze vertelt me dat ze getrouwd is met Nederlander en terug naar Noorwegen komt om Kerstmis te vieren met haar familie.
In dat opzicht zijn de Noren net als kikkers. Elk jaar MOETEN ze terug naar de plek waar ze geboren zijn en niets of niemand zal ze daarvan tegenhouden. Ziet u het verband?

Wanneer ik ze vertel dat we naar Tromsø gaan om Kerstmis te vieren zegt ze spontaan: “Ah, heb je dan familie in Tromsø?”
“Nee, dit is gewoon een buitenkansje dat ik niet kan laten schieten” zeg ik.

De blik in haar ogen zal ik later nog terugzien bij andere Noren en spreekt boekdelen. Het is moeilijk te verwoorden, maar het moet ongeveer dezelfde gelaatsuitdrukking zijn als ik had gezegd dat ik een alien ben. Een mix van ongeloof, verbazing, afschuw, respect en medelijden. Niet veel later valt het gesprek stil en probeer ik een beetje in m’n Noors boek te lezen.

Tien bladzijden verder val ik in slaap. Wanneer ik wakker wordt begint de zon al onder te gaan. Het moet ongeveer 15:00u zijn.
Mis, het is 12:00u. De trein gaat immers verder en verder naar het Noorden, terwijl de zon achterblijft in het Zuiden.

Nog tien bladzijden verder zijn we ongeveer in het de helft van ons traject.

De tijd vliegt voorbij en tien bladzijden later nemen we afscheid van het Nederlands-Noors koppel. M’n oogleden worden zwaarder, maar ik zet door en twintig bladzijden later komen we aan in Bodø. Het eindstation van de trein. Gelukkig is de oppervlakte van een Noorse stad niet te groot en vinden we snel het huis van onze host die we via cough-surfing hebben gevonden. M’n reisgenoten beginnen met het avondmaal terwijl ik met onze host praat. Hij blijkt een eenzame muzikant te zijn en het duurt niet lang of we krijgen een van z’n liefdesliedjes te horen. Toegegeven, hij heeft talent.

Ondertussen is het eten klaar: pasta en fishsticks. “Noot aan mezelf” zegt een stemmetje in m’n hoofd, “morgen kook ik zelf”. Tijdens het avondmaal wordt er een hevige discussie gevoerd over de politiek in Vietnam en China. Je weet wel, zo’n discussie waar niemand iets van afweet maar iedereen een mening over heeft.
Gelukkig is onze host een wijs man en terwijl hij z’n wijze woorden spreekt “Jongens, deze discussie is pointless” tovert hij twee flessen wijn tevoorschijn –die we achteraf zelf hebben moeten betalen, this is Norway – Na de eerste fles is iedereen China en Vietnam vergeten en komen de eerste liederen op gang, begeleid door de gitaar van onze host.

Na de tweede fles trekken we de stad in om het nachtleven van Bodø te verkennen. Na een rustig maar geslaagd feestje kruipen we onder de wol, of meer correct, in de slaapzak.

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het feestje gisteren langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 10 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

Samen met m’n reisgenoten gaan we al slaapwandelend naar de bushalte tot plotseling de straattegels mijn hoofd ontmoeten. Ik ben nog altijd niet gewend aan het gladde ijs. Na m’n reisgenoten een paar Vlaamse scheldwoorden geleerd te hebben ben ik volledig wakker en terug met m’n voeten op de grond.

Eenmaal in de bus duurt het niet lang of ik val in slaap. Wanneer ik terug wakker wordt heb ik geen idee welk uur het is. Het is mistig grijs weer en geen zon te bespeuren. Veel trek ik er me niet van aan en val terug in slaap tot mijn maag me wakker maakt voor het middagmaal. M’n maag moet zowat het enigste lichaamsdeel deel zijn dat nog enig tijdsbesef heeft.

Na een duigdoend ontbijt/middagmaal praat ik met de Noor naast me. Jawel, vijf zinnen in het Noors voor hij in het Engels begint te spreken! Een persoonlijk record!
Natuurlijk is ook hij op weg naar het ouderlijk huis om Kerstmis te vieren. Z’n huis is gelegen op een heuveltje vlak naast de fjord met een veranda met zicht op zee. Een ideale plaats om met een warme chocomelk naar het Noorderlicht en de voorbij zwemmende walvissen te kijken vertelt hij mij. “Dat moet de reden zijn waarom de gemiddelde Noor zo oud wordt” zegt het stemmetje in m’n hoofd.
Wanneer hij me vraagt wat mij naar het verre Noorden drijft tijdens Kerstmis antwoord ik wijselijk dat ik een tante in Tromsø bezoek. Tja, een leugen voor zijn bestwil. Ik wil niet verantwoordelijk zijn voor het stijgend aantal hartstilstanden in Noorwegen.

Na een zestal uur komen we aan in Narvik, waar we van bus moeten verwisselen. Vermits we een uur moeten wachten op de bus naar Tromsø, hebben we tijd om de enigste interessante plekje in Narvik te bezoeken (volgens m’n Trotter). Een wegwijzer naar een aantal plaatsen in de rest van de wereld. Tja, je hebt niets gemist als je er niet bent geweest. (een duidelijkere foto zal ter beschikking gesteld worden op facebook)

Een viertal uur later komen we uiteindelijk aan in Tromsø! Een eilandje omringd door bergen en volgens den Noor het Parijs van Noorwegen. Buiten het feit dat beide steden een eiland zijn is deze vergelijking me ver zoek, al wil ik daar niet mee zeggen dat Tromsø geen gezellig stadje is. Moest ik opnieuw moeten kiezen naar waar ik op Erasmus wil gaan zit Tromsø zeker in de top 3.
Na een half uurtje vinden we onze kamers waar we de komende dagen zullen verblijven. Een studentenkamer dat we goedkoop kunnen huren. Ideaal!
Vermits niets doen zeer vermoeiend is laten we Tromsø voorlopig voor wat het is en kruipen we vroeg de slaapzak in.

De volgende dag wachten we onze twee Italiaanse vrienden op die terug komen van Noordkaap en via Tromsø terug naar Trondheim gaan. Vijf graden, regen en een schemering in de lucht dat wel eens noorderlicht zou kunnen zijn klinkt hun verslag. Niets om jaloers op te zijn dus.
Na een ontspannend dagje UNO is het mijn beurt om eten te maken: Pizza.

Terwijl ik het deeg maken kijken de Italianen elkaar vragend aan. Blijkbaar heb ik iets verkeerd gedaan volgens de Italiaanse traditie. Maar het wordt me vergeven en ze laten me verder koken. Wanneer ik met het beleg begin loopt het helemaal om zeep. Niet dat de pizza niet lekker is, maar volgens den Italiaan is het geen Pizza meer. Gelukkig zijn ze honger genoeg dat ze het over hun hart krijgen om het op te eten. “Noot aan mezelf” zegt het stemmetje in m’n hoofd, “maak NOOIT Italiaans eten voor een Italiaan!”

Na het avondmaal stuurt Svenja, die net aankomt in Finnsnes (ergens tussen Narvik en Tromsø) bij haar gastfamilie, me een sms’je dat er veel noorderlicht in de lucht hangt. Het duurt niet lang of iedereen staat buiten met de blik naar boven gericht. Teleurstelling alom, het is veel te bewolkt en er is veel te veel achtergrond licht van ’t stad. Maar niemand is zo wanhopig om noorderlicht te zien als een erasmusstudent en dus beginnen we te wandelen. Na een drietal uur zijn we volledig uit Tromsø-stad en zien we iets aan de hemel.

“Pfffffff” denk ik “daar kan ik mijn vrienden niet eens mee jaloers maken. Langgerekte groene wolken zie ik in België ook”. Gelukkig heeft Lucas een flesje wodka mee om warm te blijven en terug naar huis te geraken (jammer genoeg niet genoeg wodka om meer noorderlicht te zien).

07:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat de zoektocht naar het noorderlicht langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Vermits de twee Italianen morgen alweer vertrekken gaan we vandaag alles doen wat er te doen valt in Tromsø. Wat ik de volgende dagen zal doen is me een raadsel, maar daar probeer ik nog niet aan te denken. Eigenlijk zijn er maar twee musea in Tromsø dat de moeite waart zijn om te bezoeken, maar vermits alles hier sluit om 15:00u moeten we vroeg opstaan.

De volgende dag slapen we uit (behalve dan de Italianen die alweer naar huis zijn) tot dat ik wakker wordt van het licht! (Dit uitroepteken is niet misplaatst noch een vorm van dichterlijke vrijheid, maar bittere ernst. Wakker worden van het licht wanneer de zon niet meer opkomt is immers niet zo evident) Dit moet ergens rond 12:oou zijn. Het licht verdwijnt alweer om 14:oou, na ons ontbijt. Gelukkig is er voldoende sneeuw zodat je zonder moeite kunt zien “’s nachts”.
Lucas (een van m’n reisgezellen) heeft zijn vlucht terug deze avond. Terwijl we samen naar de luchthaven wandelen grappen we dat op het moment dat hij in de vlieger zit, een enorm spektakel van noorderlicht over Tromsø zal plaatsvinden. Niets bleek minder waar te zijn. Op de weg naar huis leggen we ons lot in de handen van een muntstuk: kop=links, let=rechts. Toeval of niet, maar op het moment dat we “een langgerekte groene wolk” zien, zien we tevens een donker stukje bos. Geen tijd te verliezen. Door de diepe sneeuw trekken we het bos in, tot plotseling:

Voor 15 minuten staren we met ons drieën naar de hemel. NICE!
Goed gezind wandelen we terug naar huis en kruipen de slaapzak in.

Op kerstdag trek ik er even alleen op uit, terwijl m’n vrienden een Noors equivalent van siësta uitvinden. Nog nooit heb ik zoveel volk op straat gezien in Noorwegen. Heel het land gaat samen met het hele gezin richting het kerkhof gewapend met een spade. Best wel luguber als je het mij vraagt. Mede door het feit dat het al behoorlijk donker is doet deze scene me aan een slechte zombie film denken. Dat je dicht bij je familie wilt zijn met Kerstmis is één ding, maar er zijn grenzen.

Al gouw blijkt dat den Noor toch niet zo zot zijn als ze voordoen en dient de spade alleen maar om het graf terug te vinden onder de sneeuw. Het resultaat mag er best wel zijn:

De chronologie van de komende dagen is me volledig bijster. Doordat er geen reden meer is om vroeg op te staan verschuift m’n dagritme van 12:oou tot 02:oou.

Op de dag dat we het vliegtuig terug naar Trondheim willen nemen steekt er een sneeuwstorm op. Murphy strikes again.
Ons vliegtuig kan niet landen en keert terug naar Bodø. Door de luidsprekers wordt er een mededeling afgeroepen wat we moeten doen om thuis te geraken, in het Noors natuurlijk. Na toch maar nog is na te vragen blijkt dat we een nieuw ticket moeten kopen. Shit! Ik heb natuurlijk niet genoeg geld meer daarvoor. Niets anders te doen dan mijn ouders te bellen.

Tuut-tuut-tuut-… Greet Vos is momenteel niet beschikbaar, …..
“Murphy strikes again”
En vermits ik mijn oude gsm gebroken heb, heb ik natuurlijk het nummer van mijn vader niet meer.
“Murphy strikes again”

Gelukkig heeft mijn grote zus nog steeds het nummer van mijn oude gsm en ken ik het nog vanbuiten. Na een kort gesprek als:
hoi Sarah, Zalig Kerstmis. Kan je mij wat geld lenen?”
Ben ik weer wat rijker.

Ook onze studentenkamer is nog steeds beschikbaar. Slapen in de luchthaven is dus niet nodig.

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het wachten op de vlieger gisteren langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet op tijd in de luchthaven zijn om een nieuwe vlucht te boeken.
Eenmaal in de luchthaven blijkt dat we pas de volgende dag kunnen vertrekken, maar dat de luchtvaartmaatschappij beslist heeft om onze vlucht te betalen.
Take that Murphy!

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat we gisteren te lang in de sneeuw gespeeld hebben heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet m’n vlucht naar huis halen. Hoewel het weer nog steeds somber is stijgt de vlieger deze keer toch op. En na een half uurtje vliegen: LICHT!

En na een vertraging van 36uur landen we uiteindelijk in Trondheim. Klaar voor m’n Nieuwjaar avontuur waar ik je alles over zal vertellen in m’n volgende blog.

maandag 15 december 2008

god jul

Een enorme witte vlakte, -10°C, zilver licht, ski's, een vislijn, complete stilte
-zucht-
Dit is Noorwegen in al zijn glorie! Een perfecte manier om te relaxen na de examens en de, misschien nog meer vermoeiende, erasmus-afscheidsfeesjes.

Ja ja, u leest het goed. Ik ben al van mijn examens vanaf en volledig in vakantiestemming.
Dat is niet zo moeilijk vermits de kerstsfeer hier vanaf 1 december zowat het enige is waar de doorsnee Noor zich mee bezig houdt.

Maar kerstmis heeft ook een keerzijde als je op Erasmus bent. Kerstmis betekent immers het einde van het eerste semester, of anders gezegd, het einde van veel vriendschap. Het gros van de Erasmussers blijft immers maar één semester. Dit kan behoorlijk vermoeiend zijn vermits een Erasmusser gaat zoals hij heeft geleefd: al feestend. Dit resulteert in minstens drie afscheidsfeestjes elke avond.
Daar komt dan weer een hele hoop over acting bij. Afscheid nemen van mensen die je dezelfde avond nog ontmoet hebt vind ik er persoonlijk toch een beetje over gaan. Vooral als die de volgende dag op het volgende feestje nog eens vaarwel komen zeggen.

Na vier dagen/nachten op rij vaarwel zeggen heb ik er voorlopig mijn buik van vol. Ik besluit om een rustiger oord op te zoeken en geef nu toe, waar kan dat beter dan in Noorwegen. Samen met 5 Duitsers -een ware invasie in Noorwegen- trekken we onze stoute schoenen aan -of beter gezegd, onze ski's- en vertrekken we op cabin-trip. Dit is niet geheel zonder risico vermits niet alle cabins even gemakkelijk te vinden zijn. Vooral als het maar tot 15:00u licht is en de wegen ondergesneeuwd zijn. Maar we hebben chance en vinden de cabin voor zonsondergang.

De cabin ligt vlak naast een gigantisch meer dat nu volledig bevroren is. Dit zou Noorwegen niet zijn moest er geen ijsboor in de cabin liggen. Na een half uur boren slagen we er in om een gat te maken in het midden van het meer en halen we onze vislijn boven. Of het nu een uur of vijf minuten is dat we gewacht hebben weet ik niet meer, maar al gauw was het zo koud dat we besluiten om het bij spaghetti te houden als avondmaal.
De rest van de avond verloopt zoals het gewoonlijk verloopt op cabin-trip: eten, drinken, spellekes, zingen, lachen, ... en dit alles bij kaarslicht en een warme stoveke. Het is me raadsel waarom we zoveel moeite doen om elektriciteit te maken als het zoveel gezelliger kan zonder.

De volgende dag keren we terug huiswaard na zonsondergang. Gelukkig geeft de maan meer dan genoeg licht op de witte sneeuw. Eenmaal thuis crash ik in m'n bed en kom er pas de volgende ochtend uit. Langlaufen met een rugzak van 15kilo kan behoorlijk vermoeiend zijn.

De komende dagen rest me enkel nog mijn reisje naar Tromsø te plannen. Voor zij die Tromsø niet kennen, denk: geen zon, -20°C, sneeuw, ijs, zee, walvissen, noorderlicht, ... Al betwijfel ik sterk of we walvissen zullen zien vermits er vermoedelijk geen licht zal zijn. Maar ik hou u op de hoogte.

Ha det,
Als ik er niet meer in slaag om te schrijven voor kerstmis (meest waarschijnlijk):
GOD JUL


donderdag 13 november 2008

Geruchten doen de ronde dat m'n nieuwe liefde mijn vrienden doet verwaarlozen. Maar geen paniek, niets is minder waar. Alleen heb ik de laatste dagen veel te veel verslagen moeten maken. Daar bovenop komt nog het feit dat de examens er hier verbazend snel aankomen. Er resten mij nog maar twee weken om alles te verwerken wat ik hier geleerd heb. En dat is veel...

Om te beginnen:
  1. Een ontbijt bestaande uit knakke brood, kaviaar en een gekookt eitje is een goede manier om de dag te beginnen
  2. Een sauna na het sporten is veel beter dan een warme douche.
  3. tien mensen op het strand is veel te druk
  4. één cabin-trip per week is een absoluut minimum. Zoniet zijn neveverschijnselen onvermijdelijk.
  5. ijs is glad.
  6. Wolken zijn er om de hemel te decoreren.
  7. Er bestaat geen slecht weer, enkel slechte kleren
  8. Verwacht niet dat een Noor de deur voor je openhoud (wees daar ook niet kwaad om)
  9. middagpauze wordt overgewaard in België, maar als het kan zijn 5 maaltijden per dag geen overbodige luxe.
  10. €2 voor een (pis)pintje is niet te veel.
  11. Eten moet zo zoet mogelijk zijn en elk koekje moet kaneel bevatten.
  12. Van vis kan je pudding maken
  13. diepvries pizza is het Noorse nationale gerecht.
  14. Trondheim is een dorp met een oppervlakte ter grootte van een stad.
  15. Breien is cool.
  16. Pizza en koffie in de aula is niet meer dan normaal
  17. Professoren horen sandalen of sportschoenen te dragen. Indien de vloerverwarming op staat is het toegelaten om op kousen te lopen.
  18. Professoren hebben geen familienaam. Enkel een voornaam of zoiets als "gij".
  19. Fietsbanden dienen "spikes" te hebben.
  20. Het licht in de kamer moet altijd blijven branden, alle elektriciteit is toch afkomstig van groene energie.
  21. De relatie tussen Noorwegen en Zweden beschrijft zich het best als volgt:

    -hoe doe je een Zweedse duikboot zinken?
    -zwem naar de duikboot en klop op de deur.

  22. winkels dienen open te zijn van 7 tot 23u.
  23. paarden dienen niet om op te zitten, wel om een koets/karretje te trekken. Ook galop is uit den boze.
  24. Even te voet naar't stad (10km) is de normaalste zaak in de wereld.
  25. kaas hoort bruin te zijn.
  26. Water dient rechtstreeks van het meer gedronken te worden.
  27. Zatte noren zijn luidruchtig, hebben een grote mond, maar durven in het algemeen uitijndelijk toch niet in het bevroren meer te springen.
  28. De Noorse radio kent slechts 10 liedjes die afwisselend worden afgespeeld.
  29. Hoewel de "nacht" hier om 16:30u begint, is het toch moeilijk om 8u slaap te krijgen
  30. Kerstmis kan nooit te vroeg beginnen.
  31. hijrte och jieft is den zame voort en norsk (Svenja's vlaams) = huwelijk en vergif is één het hetzelfde in't Noors (gift) .
  32. Erasmus studenten zijn een zijspoor van de evolutie, dienen met voorzorg behandelt te worden en zijn aan verder onderzoek onderhevig.
  33. ...
U ziet, het zal moeilijk worden om me terug aan te passen eenmaal in Belgë, maar eerst nog een paar maanden Noorwegen.

Vi snakkes.

dinsdag 14 oktober 2008

Love happend to me

Het begon allemaal niet zo lang geleden, toch niet voor mensen met een goed geheugen, in een hut niet zo ver hier vandaan, toch niet voor mensen met lange benen. Zonder enig besef wat er in de lucht hing, ging ik vol verwachting naar m'n eerste dugnad (= hutten van de universiteit repareren). Heinfjordstua is haar naam. Ze moest grondig gekuist worden, de sauna klaarmaken voor de winter, hout hakken, de wc kuisen, ... Ik heb u al het verhaal gedaan. Maar natuurlijk heb ik u nog niet alles verteld. Niet alleen zou dat verschrikkelijk saai zijn, maar ook wist ik toen nog niet alles. Niet dat ik de pretentie heb dat ik nu denk alles te weten, maar ik durf nu toch zeggen dat ik meer weet. Of juist minder? Mijn hersenen lijken nog meer vreemde kronkels te maken dan voordien. -Vreemd-

Zoals reeds vermeld in een van m'n vorige bolgs heb ik in Heinfjordstua de wc's mogen uitkuisen. Zeg maar gerust dat dat een stront-job is. Gelukkig werd dat ruimschoots gecompenseerd door het goede gezelschap. M'n wc-kammeraatje, zoals ik ze vermeld in m'n vorige blog, blijkt namelijk behoorlijk interessant te zijn. Een Duitse schone die op haar zestien jaar in haar eendje voor een jaar naar Tromso vertrok om haar humaniora af te maken. De ideale persoon dus om mijn Noors mee te oefenen. En wat blijkt, ze kan nog goe werken ook. Zonder enige moeite zaagt ze een plank door in een rechte lijn en ook de spijkers slaagt ze zonder moeite op de kop. Mijn zussen kunnen er iets van leren :)

Maar natuurlijk, mooie liedjes duren niet lang en na een geslaagd weekend zat ik terug in de aula's lessen te volgen. Maar iets is veranderd, al wist ik nog niet goed wat. Al deed ik nog
zo m'n best, opletten leek nog moeilijker dan voordien. Svenja -bij deze heeft ze een naam- heeft blijkbaar een diepere indruk op mij gemaakt dan ik dacht.
"Dit moet ik verder onderzoeken" zij het nuchtere stemmetje in mijn hoofd, "maar hoe, waar en wanneer?"

Het lot lacht me toe, mijn verjaardag is niet meer zo ver. Nu moet je niet gaan denken dat ik heel die moeite van pannenkoeken bakken voor 15 man ergens in "the middle of nowhere" speciaal voor haar heb bedacht. Dat idee zat al in mijn hoofd voor dat ik nog maar één voet in Noorwegen had gezet, maar toegegeven, het was een extra motivatie.
Diegene die m'n foto's op facebook bekijkt, heeft ongetwijfeld gezien dat ook zij aanwezig was. Nogal moeilijk te negeren met al die commentaar - Met dank aan Benjamin, een ex-Noorwegen-erasmuser -

Maar kwaad ben ik er niet om. Misschien zelfs in tegendeel. Dit gaf me meteen de kans om alles te vertalen en belangrijker, om haar uit te nodigen voor een etentje. De paarse rijstballetjes gecombineerd met de Noorse zalm missen hun effect niet en na een geslaagde avond mag ik haar naar huis begeleiden. Ze woont immers niet in Moholt (de studentenstad) maar in het centrum van Trondheim. De weg lijkt oneindig en de echo van haar hoge hakken blijft ons achtervolgen. Maar het kwaad is al geschied. I past the point of save return en negeer de hoge hakken.
Uiteindelijk nemen we afscheid onder een van de weinige straatlantaarns, maar niet zonder de belofte van een etentje op haar kosten.

"Zo DIT is verliefdheid" zegt het nuchtere stemmetje ergens ver weg in mijn hoofd ,terwijl ik de lange weg terug loop. De echo van haar hoge hakken nog steeds in mijn gedachten gepind. "Dit moet ik verder onderzoeken". En ja, het lot lacht me weeral toe, Svenja moest blijkbaar hetzelfde hebben gedacht...

Ik heb lang nagedacht wat ik verder nog moet schrijven, maar uiteindelijk ben ik tot het besluit gekomen om de fantasie van m'n lezers niet te beledigen en het hierbij te laten.

een niet gepubliceerde foto op Facebook om niet te veel reacties uit te lokken

zondag 28 september 2008

bursdagen min

pfffffff, 21.
We worden stilaan oud.
Zeker hier in Noorwegen. De weken vliegen hier voorbij alsof ze achtervolgd worden door één of ander wild beest. Het vreemde is dat dit schijnbaar geen effect heeft op de Noren, die worden allemaal traag oud.

Maar bon, we wijken af. 21 dus. Dat moet ik toch wel even vieren. En waar kan dat beter dan in een van de vele hutten van de universiteit.
Mijn oog is gevallen op Fosenkoia. Een charmant hutje aan de andere kant van de fjord ergens in het midden van een of ander "moeras".

Zaterdag 27 september vertrekken we met zo'n 15 man richting de hut. Heb ik al gezegd dat er plaats voor 8 is in de hut? Dit wordt dus gezellig :)
Oja, en als ik schrijf "... ergens in het midden van een of ander moeras ..." dan mag je dat vrij letterlijk nemen. Een pad is onbestaande en de wegbeschrijving gaat als volgt:

"
Cross the moor and follow a path until it disappears in another moor. Walk in to a narrow valley with a creek and up the "cliff" to the right. Follow the moors east to the small lake near the cabin. Walking time on the trip is from 39 minutes to 24 hours but usually 1 1/2 - 2 hours. "

"Och ja, zo moeilijk zal dat wel niet zijn" zei het naïeve stemmetje in mijn hoofd.
Dus met volle moed en een rugzak volgeladen met ingrediënten om pannenkoeken te maken voor 15 man, vertrekken we richting Fosen.


Na een uurtje stappen blijkt dat niet alleen de tijd hier zeer snel is, maar ook de wolken halen ons zonder problemen in. Gelukkig heeft iedereen na meer dan twee maanden Noorwegen ondertussen al enkele Noorse gewoontes overgenomen. Een van die gewoontes is gewoon het weer te negeren. We stappen rustig verder, genietend van de regen en de wind in ons gezicht.

Maar na 3uur stappen richting het oosten beginnen de spieren en, wat erger is, het goed humeur toch stilletjes aan te verkleumen. Het stuk -...Walking time on the trip is from 39 minutes to 24 hours but usually 1 1/2 - 2 hours....- in de wegbeschrijving begint stilletjes aan door te dringen. Het ergste is misschien wel het feit dat m'n vrienden denken dat ik weet waar we zijn.
Maar onder ons, na de twee vallei en derde "cliff" te hebben gezien, heb ik geen idee waar we zijn. De kaart is ook niet echt hulpzaam. De enige aanwijzing zijn enkele groene puntjes die staan voor "een groepje bomen".

Bon, tijd voor actie dus. Ik laat m'n vrienden achter op een relatief droge plek en ga samen met twee andere optimisten in een looppasje op zoek naar de hut.
Geloof het of niet, maar na nog geen 5 minuten lopen zien we de hut al.
Ik krijg hetzelfde gevoel als wat Columbus gevoeld moest hebben toen hij na twee maanden open zee plotseling Amerika zag.

Eenmaal aangekomen in de hut en de kachel volle bak brand, is het humeur weer 200%
Tijd voor pannenkoeken.

Het is misschien niet zo duidelijk op de foto, maar wat je ziet is een pan, met pannenkoek op de kachel met daarboven natte kleren.

Het heeft een tijdje geduurd voor dat die 2 kilo bloem opgebakken is, maar niemand heeft honger gehad. Pannenkoeken zijn echter niet het enige ingrediënt voor een geslaagd feestje en na enkele glaasjes bier, wijn, wodka en bacardi ...
Laat ik het zo zeggen: Ik had geen last meer van mijn verkleumde spieren.

De volgende dag kon ik met mijn houte kop hout kappen. Tis ne keer iets anders, maar een aanrader.

De terugweg was -teleurdstellend- kort. Na een uurtje stappen zijn we al terug in de beschaafde wereld en nemen we de boot terug richting Trondheim.

Een geslaagd weekend!

Een stuk uit het leven van een student

NTNU -de universiteit waar ik momenteel studeer- heeft zo'n 23 hutten in haar bezit. Deze hutten zijn ter beschikking voor studenten voor slechts 30kr per nacht (zo'n €3,6) en bevinden zich meestal ergens in the middle of nowhere. Ideaal voor een weekendje uit.
Deze hutten moeten natuurlijk onderhouden worden en dat gebeurd door niemand minder dan ik!

Elk weekend trek ik met hamer, zaag, spijkers, ... het ongerepte Noorwegen in. Natuurlijk niet in mijn eendje, maar samen met een tiental andere vrijwilligers.
Goe werk, toffe mensen, schone omgeving. Wat heeft ne mens nog meer nodig.

Eenmaal aangekomen aan de hut (wat niet altijd even evident is) wordt het werk verdeeld.

Shit, ik mag de wc leegmaken. Wa een strontwerk. Maar ja, wat moet moet.

Na een kwartiertje graven in de zompige grond heb ik een volwaardige strontput gemaakt.
Samen met m'n wc-kamaraatje kan de stront verplaatst worden.


En dan alles terug dichtgooien.


A job well done!

Na "operation toilet cleaning" kan ik aan het echte werk beginnen.
De buitenmuur van de nog-niet-complete-Sauna moet dicht voor de winter.

Eerst de planken op het juiste formaat zagen:

Aan die bouwvakkersspleet moet ik nog werken

En dan alles dicht timmeren.


Niet altijd even gemakkelijk als ze op u vingers kijken.

En na enkele uren werk is de sauna klaar voor de winter.
Another job well done.

Ons werk wordt beloond met een groot avondmaal:


met als dessert een pint bij het kampvuur en een pølse (= Noors equivalent voor een goeikope, naar niets smakende worst bestaande uit ondefieniëerbaar "vlees" )

het simpele schone leven


--------------------------------------------------------------------------------------------------
Een week later
--------------------------------------------------------------------------------------------------

De universiteit heeft een nieuwe aanhangwagen gekocht. Duurder, beter en groter dan de vorige. Eén klein probleempje. De deur van de garage is plotseling te klein geworden. Dat moet dus opgelost worden. Gewapend met hamer en zaag vertrekken we richting studenterhytta. De grootste hut die zo'n 250 studenten kan herbergen (eigenlijk veel meer een hotel, inclusief kok)

Na een uurtje hard werken worden we uitgenodigd voor het middagmaal. Pizza, daar zeggen we geen nee tegen.
Eenmaal voldaan werken we met volle moet verder. Maar niet voor lang. Na nog geen twee uur, roepen ze ons terug binnen voor het tweede middagmaal. De Noorse studenten kijken niet eens verbaasd.
Het is me een raadsel waarom ze "Lord of the Rings" niet in Noorwegen hebben opgenomen. Niet alleen het landschap maar ook de gewoontes doen me telkens weer aan "de Gauw" denken (het land van de Hobbits)
Och ja, veel moeite om mij aan te passen heb ik niet en na een uur ben ik volledig verzadigd van de pannenkoeken.

Derde keer goede keer. Nu moet het echt wel vooruit gaan want we willen klaar zijn voor het avondmaal. Het probleem met al dat eten is dat we ondertussen het oorspronkelijke plan vergeten zijn. En na 4 uur timmeren, afbreken en opnieuw timmeren is de deur klaar.

An other job .... , well let us say, an other job done.

Ik weet niet of het woord "studentikoos "of "charmant" de beste beschrijving is. Gelukkig is de kwaliteit van de foto slecht genoeg dat je niet kan inzoomen :)

Maar we hebben ons doel bereikt: de deur kan open en dicht en we zijn klaar voor het avondmaal. Rijst met kip, zoetzure saus en groenten. Niet slecht voor vrijwilligerswerk.

En natuurlijk om de dag af te sluiten laten we onze vermoeide spieren uitrusten in de sauna.
(om te voorkomen dat ik kwaade reacties krijg betreffende nudisme , worden fotos van de sauna niet vrijgegeven.)

donderdag 4 september 2008

Jørre en het administratieve monster

Het volgende is gebaseerd op een waargebeurd verhaal:

14:57u.
Nog drie minuten! Nu kan ik niet opgeven denk ik en schakel nog een fitesse hoger.
Verdomde berg. Zij die klagen over de berg naar Gasthuisberg moeten niet naar Noorwegen komen. Als ik dit elke dag twee keer doe kan ik tegen volgend jaar mee met de Tour de France.
Maar dat is niet wat op dit moment door mijn hoofd gaat.

Nu heb ik nog drie minuten om naar het "International Office" te gaan. Het huis dat alle administratie betreffende cursussen en examens regelt en natuurlijk maar tot 15u open is.
Een typisch uur hier in Noorwegen. Als je geluk hebt zijn ze zelfs tot 16u open. Wat een luxe -sarcasme-

Het is een lange weg geweest denk ik bij mezelf. Drie weken lang heb ik een tiental vakken gevolgd, met professoren gebabbeld, van het kasje naar de muur gegaan, ...
Met geheven zwaard ben ik recht op het administratieve monster gelopen. Als ik op voorhand de omvang van dit gedrocht had geweten had ik er misschien nooit aan begonnen.
Dit is een van de dingen die ik ondertussen geleerd heb: Het administratieve gedrocht is groter dan je het kan inbeelden. Na een tijdje had ik zelfs schrik om een niet-geregistreerde scheet te laten.

Toegegeven, in het begin was ik misschien een beetje naïef.
Zo moeilijk kan dat toch niet zijn, ik zal da eens rap regelen. Waar moet ik tekenen? Dacht ik.

" Sorry Sir, but changing an exam date is impossible"
"Impossible" -slik- "It can't be impossible, there must be something that you can do?"
"Zucht, no sir, it is not possible"
"Than, do you know someone who can do the impossible?"

Ik weet niet of het is om van mij af te geraken of dat er toch nog iets goed in deze homo-bureaucrator zit, maar ik word doorverwezen. Niets speciaal, dat doen ze als beroep, mensen doorsturen.
Maar ondertussen ben ik al wat wijzer geworden. Het administratieve monster is onverslaanbaar. Beter is om het spelletje mee te spelen. Mails vol spammen, telefoneren tot ze beu zijn je door te verbinden, van het kasje naar de muur lopen en hopen dat de muur je iets nieuws kan vertellen over de kast.

Deze keer heb ik geluk. Het wezen achter de bureau lijkt zelfs nog menselijk. En ja, zij kan me helpen!
"Oh, no problem" krijg ik als antwoord wanneer ik mijn verhaal doe.
"No problem? Are you sure?!"
"Yes of course, just let me make a call"
En ja, na vijf minuten naar het onverstaanbare Noors te luister krijg ik het bericht uit de hemel:
"OK, that is done, you can take the exam on a other date"
Mijn mond valt open en de woorden "I love you" vallen er spontaan uit.

Ok, dus in Noorwegen is alles geregeld. Vier vakken van 7,5 studiepunten en geen twee vakken op dezelfde dag examen. Perfect.
Nu enkel nog mijn professor ik België overtuigen.

"Sorry meneer, maar professor Van den Bulck is op congres, probeert u het volgende week nog eens opnieuw"

Een week later:
"Sorry meneer, professor Van den Bulck in momenteel niet op zijn kantoor. Probeert u het over een uurtje nog eens opnieuw"

Een uur later:
"Sorry meneer, professor Van den Bulck in momenteel niet op zijn kantoor. Probeert u het over een uurtje nog eens opnieuw"

Om het kort te houden citeer ik een vers van De kreuners: "En opnieuw en opnieuw en opnieeeuuuw"

Na de 265ste keer kan het de secretaresse blijkbaar toch wat schelen.
"Ik zal een briefje op zijn pc leggen dat hij je mails moet beantwoorden"

Vijf minuten later:
"Geen probleem, de voorgestelde vakken zijn equivalent met de vakken in België. Veel succes Mvg, professor Van den Bulck"

En zo gemakkelijk is het!

Na een intesief gevecht met het administratieve monster ben ik dus tot op dit punt gekomen. Niet geheel zonder schade.
Na al dat gedoe is het nut van studeren me even niet meer zo helder als voordien. Als mensen me vroeger vroegen waarom ik voor ingenieur studeer was het antwoord altijd simpel:
"waarom zou ge ni voor ingenieur studeren?"
Als mensen het me nu zouden vragen is het antwoord: "tja, tis ni on-intressant hé".
Maar geen paniek, opgeven zit niet in mijn genen. Nu doe ik gewoon even verder en geniet ik van het mooie Noorwegen.

14:58u
Nog twee minuten. Ik parkeer mijn fiets voor het international-office house en neem de nodige papieren met handtekeningen in de aanslag. Het enige wapen tegen een that-is-impossible-sir antwoord.
Ik loop de trap op.

14:59u
"Vaer sa god, take this bitch. Impossible, HA, nothing is impossible."
Tenminste dat denk ik. In werkelijkheid leg ik heel beleefd de situatie uit terwijl ik, een grijns onderdrukkend, de papieren overhandig.

15:00u
Geregistreerd! Bij deze zijn al mijn vakken officieel. Een pak van m'n hart.
Maar ik heb een gevoel dat ik het administratieve monster weer zal tegen komen in het tweede semester.
Maar tegen dan ben ik sterker dan ooit ...