maandag 29 juni 2009

100 oorstokjes, 52 wasbuurten, 200 rollen wc papier, 3 tubes tandpaste later en ik ben alweer op weg naar huis.
Dit schrijvende zit ik op de nachttrijn van Trondheim naar Oslo en binnen de komende 24 uur ben ik weer op Belgische bodem.
Best wel een vreemd gevoel.

Mijn jaar in Trondheim eindigt op dezelfde manier als het begon: met een intensieve taalcursus, de geschiedenis herhaalt zich...
De laatste 10 dagen heb ik mezelf een strak schema opgelegd en van 8:00u tot 18:00u heb ik me toegewijd aan het Spaans. Op die manier was ik toch een beetje solidair met de Vlaamse studentjes. Of er veel van blijven hangen is is nog de vraag, maar in ieder geval ken ik nu toch een paar zinnetjes om de weg te vragen richting Humahuaca.
-klinkt een beetje als shacamaca en is minstens even ver :) -

Wat er daar op me te wachten staat is nog één groot vraagteken. Maar het is in ieder geval de beste manier om geen post-erasmus syndroom te krijgen, waar veel van mijn lotgenoten duidelijk last van hebben.

Valt er verder nog iets te zeggen?
Heb ik nog enkele laatste woorden voordat ik Noorwegen verlaat?
Mijn rugzak is in ieder geval zwaar geladen met een heleboel nieuwe ervaringen, kennis,
herinneringen, vriendschappen en een nieuwe taal. Alleen mijn muse kon ik niet meenemen en zit bij deze al 3 weken in Berlijn.
Misschien daarmee dat ik niet goed weet wat verder te schrijven...

Misschien toch nog een laatste zin die al door zoveel mensen voor mij gezegd geweest is:
Ga er voor. Het is alle moeite waard!

Takk for meg!

-the end-

--------------------------------------------------------------------------------------------
--------------------------------------------------------------------------------------------
Coming soon: Jõrre en Argentina

plot: Jõrre moet samen met een collega student een kleine windmolen bouwen in Humahuaca
zo'n 10500km van Het Land Van Zeven Regeringen.
Beide spreken amper Spaans en zijn nog nooit in Argentinië geweest.
Zullen ze slagen, of halen ze de deadline van 6 weken niet?
Zal de turbine elektriciteit produceren, of net als de turbomoter in stukken vliegen?
Dit en veel meer zal beantwoord worden in "Jõrre en Argentina"


ps.: Dank aan alle die dit mogelijk hebben gemaakt, met een speciale vermelding voor de mama en de papa!

zaterdag 2 mei 2009

of hoe je een gasturbine vernietigd

Start compressed air injection
500 rpm and rising
600... 400 ... 500... 600
looking good,
800... 900 .... 1000 ... 1100 ... 1200 ...
ready for fuel injection
1400...

Inject fuel
Ignite

20 000 .... 30 000...
Shut of air injection, start autonome combustion process,

60 000, 70 000, 75 000
reached full trust
Ready for take of!

Dat laatste Ready for take of is misschien een beetje overdreven, maar dit is waar ik tegenwoordig geld mee verdien. Voor zij die het nog niet wisten ben ik dit semester Studentenbegeleider voor het vak thermodynamica. Dit betekent in grote lijnen dat ik wat extra uitleg moet geven bij de oefeningen die de eerste jaar-studenten Burgerlijk ingenieur moeten maken. Maar zoals het een echte ingenieur beaamt, moeten ze dit allemaal natuurlijk ook eens in het echt gezien hebben.

Noorwegen zou Noorwegen niet zijn moesten ze geen echte gasturbine (vliegtuigmotor) ter beschikking hebben voor demonstraties. Daarom vroeg de professor mij of ik wat achtergrondinfo kon geven terwijl een gekwalificeerd persoon de motor bestuurt.
Geen probleem, een buitenkansje om dat zelf ook eens allemaal in 3D te zien.

Al gauw bleek dat die gekwalificeerde persoon zelf niet zoveel tijd had, dus na een spoetcursus werd ik beschoud als gekwalificeerd genoeg.
"Basicly nothing can go wrong"
"Ha!" zegt een stemmetje in mijn hoofd, "You haven't met mee yet"

Tegen de tijd dat de eerste groep studenten komt heb ik de bibber in mijn hand bijna volledig onder controle. Na een korte uitleg voor de theorie is het tijd voor de praktijk:

Start compressed air injection
500 rpm and rising
600... 400 ... 500... 600
looking good,
800... 900 .... 1000 ... 1100 ... 1200 ...
ready for fuel injection
1400...

Inject fuel
Ignite

20 000 .... 30 000...
Shut of air injection, start autonome combustion process,

60 000, 70 000, 75 000
reached full trust

Terwijl de motor op volle toeren aan het draaien is probeer ik de studenten wat uitleg te geven over de meetresultaten. Al gauw blijkt dat er iets fout is: een negatieve trust (dit zou overeenkomen met een vliegtuig dat achteruit vliegt). Dit kan niet kloppen. Maar als volwaardig gekwalificeerd persoon weet ik natuurlijk wat ik moet doen. Af en aan zetten werkt altijd :)

Een vijftal minuten later is de motor afgekoeld en probeer ik opnieuw. Ondertussen heb ik een handleiding gevonden hoe de motor dient bestuurt te worden. In het vloeiend Noors lees ik:

  1. start gecomprimeerde lucht injectie
  2. wacht tot toerental minstens op 1000rpm is
  3. injecteer gas
  4. wacht tot toerental 1400rpm is
  5. start ontsteking en hou de knop ingedrukt
  6. wacht 4 seconden
  7. laat de ontstekings knop los en sluit gecomprimeerde lucht inlaat af
  8. laat de motor tot volledige trust gaan
Aha, ik moet dus even wachten met de ontsteking nadat de brandstof geïnjecteerd is. Dat zullen we eens proberen dan:

Start compressed air injection
500 rpm and rising
600... 400 ... 500... 600
looking good,
800... 900 .... 1000
ready for fuel injection
1100
Inject fuel

1200....1300...1400

break off mission!
Too much fuel in system
I repeat, break off mission!

1200... 1000 .... 800...

Hmmm, dit is blijkbaar ook niet juist. Als volwaardig gekwalificeerd persoon weet ik immers dat wanneer de brandstof langs alle kanten van de motor er uit loopt, je best niet met vuur speelt!

Na de studenten wat stof om over na te denken te geven, zoek ik snel een meer gekwalificeerd persoon. Terwijl hij de motor kuist lees ik de handleiding nog eens opnieuw:

  1. start gecomprimeerde lucht injectie
  2. wacht tot toerental minstens op 1000rpm is
  3. start ontsteking en hou de knop ingedrukt
  4. wacht tot toerental 1400rpm is
  5. start gas injectie
  6. wacht 4 seconden
  7. laat de ontstekingsknop los en sluit gecomprimeerde lucht inlaat af
  8. laat de motor tot volledige trust gaan
Hmmm, ik zal het maar op mijn diselectie steken denk ik, terwijl een stemmetje in mijn hoofd begint te gniffelen. Of was het toch de Malin génie waar mijn filosofie professor het indertijd over had?

Al gauw is de motor opgekuist en starten we het hele proces opnieuw.
Alles lijkt te werken en de volgende groep studenten staat al te wachten.

Start compressed air injection
500 rpm and rising
600... 400 ... 500... 600
looking good,
800... 900 .... 1000 ... 1100 ... 1200 ...
ignite
ready for fuel injection
1400...

Inject fuel

20 000 .... 30 000...

stop ignition, shut of air injection, start autonome combustion process,

60 000, 70 000, 75 000
reached full trust
Ready for take of!

De trust is nog steeds negatief. Deze keer steek ik het op een defecte sensor en laat de motor een tijdje draaien terwijl mijn hart bijna even snel slaat als de motor draait.

"Excuse me" schreeuwt een student over het lawaai van de motor.
"Is it normal that there is smoke in the outlet?"
"Eeuuhhh, I didn't notice that before. But it is probably normal" probeer ik te zeggen zonder te veraden dat ik toch wel ongerust word.
"So, you have seen it all? Than I shut it down" zeg ik snel.

Terwijl de motor uitbolt maakt hij een ander geluid dan voordien. Maar vermits er geen volgende groep studenten is, verlaat ik het lab om de volgende twee weken elke woensdag en vrijdag terug te komen voor een korte demonstratie.


Het toeval wil dat ik met een andere cursus over deze motor leer. Het leuke is dat de professor veel in de praktijk werkt en alle pittige details verteld zoals:
"Ter demonstratie wat een te hoog toerental als gevolg kan hebben: Vorig jaar hebben ze een vliegtuigmotor getest in Canada. Al gauw bleek dat er iets mis was en de impeller (zoals de schoep van een windmolen) kwam los, vloog door de linkervluigel, in de cabin, uit de cabin, door de rechter vluigel, in de rechter motor. Hierdoor vloog natuurlijk de hele rechter motor in stukken met catastrofale gevolgen ..."

-slik-
"En morgen moet ik terug een demonstratie geven met een motor die verdacht veel rookt" denk ik. Die nacht heb ik toch niet goed geslapen.

De volgende dag stond ik klaar in het lab, vastberaden om de gakwalificeerde persoon te overtuigen om toch wat tijd te maken. Maar verlossing was nabij: De motor is stuk, geen labo vandaag.
De man die de vorige keer de motor had opgekuist vertelt me dat het niet mijn schuld is, maar een klein technisch defect.
"Perfect" denk ik, "een zuiver geweten en geen ontploffingsgevaar vandaag"

De volgende week vertelt mijn professor:
"Normaal gezien zouden we vandaag naar het labo gaan om een demonstratie te geven van een gasturbine. Maar blijkbaar is er de vorige keer iets mis gegaan waardoor er te veel gas in het hele systeem is gekomen en een paar impellers afgebrand zijn. De motor werkt dus niet meer. We moeten een nieuwe kopen"

--
slik--

"Iets gelijkaardig is gebeurd met een gasturbine voor elektriciteitsproductie vorig jaar. Er was teveel gas in het systeem waardoor alles in brand schoot en de uitlaatkamer (
kamer waar de uitlaatgassen worden opgevangen, ongeveer zo groot als een standaard keuken) 4 meter "verplaatst" werd door de grote drukstijging in de uitlaat. Het was een wonder dat niets ontplofte. Maar goed, geen labo vandaag"

-- --
(slik die niet kon worden doorgeslikt)

Och ja, ik heb mijn pree al gekregen en over een tweetal maandjes ben ik het land uit.
Bij deze weet ik hoe je een gasturbine moet vernietigen.
We live and learn ;)

zonnige groetjes uit het verre noorden
-x-



donderdag 2 april 2009

Daar is de lente,
Daar is de zon,
Bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen.

Na een goeie maand van veel zon, zee, sneeuw en strand, begint de lente er hier nu ook stilletjes door te breken. De tijd dat ik met mijn minniski naar d'unif ging lijkt nu volledig voorbij.
Vorige week was de eerste week dat, met een beetje geluk, je zonder schrik voor uitschuiven met stevige tred buiten kon komen. Dit klinkt misschien een beetje vreemd, maar het voelt aan alsof je na een lange dag met een zware rugzak je 's avonds eindelijk die rugzak kan afnemen. Buitengaan zonder schrik om uit te schuiven is een ondergewaardeerde luxe!

Dit neemt niet weg dat er geen sneeuw meer ligt. Elke nacht is een potentiële kans op sneeuw. En hoewel er in Trondheim stad voornamelijk alleen oude sneeuw ligt, komt er 10 kilometer buiten Trondheim nog wekelijks wat sneeuw bij. Scenario's zoals in onderstaande foto's zijn niet ongewoon.

10 kilometer buiten Trondheim


Wanneer de zon er overdag doorkwam bleek de eerste BBQ op een van de vele waterdammen een onvermijdelijk feit.




Ook mijn langlauf skills zijn er ondertussen veel beter op geworden. Dankzij de uitzonderlijk vele sneeuw, lag het ski-track aan de overkant van mijn straat. Perfect om na een dag les wat stoom af te laten door tien kilometer het bos in te trekken op latten. Toegegeven, een Noor kan ik nog altijd niet behouden, maar er zit toch al wat tempo in :)

Tijd dus om te zien hoeveel je kan doen met zo'n paar latten. Of anders gezegd: hop naar de hoogst gelegen hut. Samen met een paar ervaren mensen gaan we dwars door lawine gebied richting Opdal waar de hoogste bergen in de omgeving liggen. Een trip om nooit te vergeten!

de rode pijl wijst naar de hut

Als ik zeg "samen met een paar ervaren mensen", dan bedoel ik: Oostenrijkers, Fransmannen/vrouwen en Zwitsers met Touring-ski's. Voor de leken onder ons: Touring-ski's zijn ski's waarbij je de hiel kan losklikken wanneer je bergop gaat. Wanneer je naar beneden gaat klik je de hiel weer vast en kan je gewoon skiën. Natuurlijk heb ik al dat geavanceerd gerief niet, en speelt mijn grote schoenmaat parten bij het zoeken naar leenbaar materiaal. Ik heb het dus moeten doen met mijn langlauf latten. Voor de kenners onder ons: Veel moeilijker om bochten te maken. Maar dapper/idioot als ik ben doe ik toch alles mee. Met als resultaat dat iedereen al beneden is tegen de tijd dat ik bekom van mijn eerste val. Terwijl iedereen mooie bochtjes kerft in de sneeuw, ga ik in een rechte lijn mijn noodlot tegemoet. Tja, bij deze staat België weer op de kaart, deze keer als: The Flat Country.




Na een onvergetelijk weekend komt de realiteit weer keihard terug. Het is dringend tijd om mijn tickets naar Argentinië te boeken. Dat op zich is zeker geen probleem. Een mooi project om naar uit te kijken (vooral de goedkope wijn en biefstuk :)
Maar alles heeft twee kanten. Dit betekent immers ook dat ik tevens mijn reis naar huis moet boeken. Ook dit is iets om naar uit te kijken, maar dat betekent op zijn beurt dat "Het Noorwegen-Project" ten einde loopt. Binnen een dikke maand en half begin ik al terug met examens. En dan ...
Tja, het moest ooit gebeuren, dan is het zo goed als gedaan met deze geweldige tijd. Maar om in stijl af te sluiten plakken we er toch nog snel een maandje bij :)

Tussen 30 juni en 10 juli zal ik weer in België te bezichtigen zijn om dan tot 1 september windmolens te bouwen in Argentinië. Daarna ben ik minstens voor een heel jaar geheel en volledig ter uwer beschikking in Belgiënland.

Maar voor dat het zover is geniet ik eerst nog van de tijd die mij hier nog rest
--klinkt dramatisch hé :) --
en knijp ik er samen men Svenja een tiental daagjes tussenuit richting Zweeden. Een echte Noorse traditie om tijdens Pasen naar een hutje te trekken.

Ha det bra
en tot snel!

ps.: ergens tussen de soep en de patatten is mijn haar ook nog geknipt. Hoewel de helft er af is, ziet het er toch nog behoorlijk hetzelfde uit (zo lang was het ;)

zondag 1 maart 2009

De Vier in Trondheim

-- Proloog --

Bij deze dan eindelijk de blog over het bezoek van mijn vrienden vorige maand.
Mijn excuses voor de late releasing. Ik was zeer ambitieus bezig tot plotseling de inspiratie mij ontvluchte.
Daarbij komt nog dat ik tegelijkertijd bezig was met het organiseren van mijn buitenlandse stage en eindwerk. Het resultaat is niet slecht.
Deze zomer ga ik naar Argentinië om een windmolen te bouwen voor elektriciteitsproductie in een klein dorpje (van 6 juli tot 21 augustus).
Een eindwerk in Ethiopië heb ik na lang wikken en wegen laten liggen. Dus volgend jaar ben ik weer in Belgiënland!

Ik hoop dat je geniet van het volgende verhaaltje:
De namen van de personages zijn volledig willekeurig gekozen. Enige link met werkelijke personen is louter toevallig.

-- Inleiding --

Er was eens, niet zo lang geleden voor de mensen met een goed geheugen,
een land, niet zo ver hier vandaan voor de mensen met een goede 4x4 wagen.

Het land waar ik het over heb is niet zomaar een land.
Het is het Land Van Zeven Regeringen.
Een land waar niemand het honger heeft en waar niemand het koud lijdt.
Een land waar natuurrampen onbekend zijn en waar de groenten haast uit de grond springen.
Een land waar er drie officiële talen zijn en slechts 10 miljoen mensen.
Een land waar chocolade, frieten en bier de nationale trots zijn.

En precies hier woonde Jørre.
Jørre is een doodgewone jongen, uit een doodgewoon gezin.
En hoewel Jørre best wel gelukkig was in het Land Van Zeven Regeringen, had hij toch een verlangen om eens iets anders te zien.
Zo gebeurde het dat op één van de vele zonnige dagen hij zijn koffers pakte en naar een donker, koud, onbekend land vertrok.

Eens aangekomen bleek al snel dat het land toch niet zo donker en koud was als verwacht.
Al snel leerde hij de gang van zaken in dit nieuwe vreemde land. (lees: "Jørre en het administratieve monster")
Na een tijdje bleek het koude, donkere land zelfs zo warm te zijn dat hij zich thuis begon te voelen.
Hoewel Het Land Van Zeven Regeringen nog steeds een speciaal plekje in zijn hard bleef hebben, begon hij in te zien dat ook dit land een paradijs is.

Dit zorgde voor veel zorgen bij zijn vrienden uit Het Land Van Zeven Regeringen.
Hoe kon het dat een van hen, hen zomaar verliet en zich bovendien thuis begon te voelen zover van hen vandaan?
Dit moet van naderbij onderzocht worden!
En zo gebeurde het dat een groep van vier dapperen, intelligente en onverschrokken helden in hun stalen ros stapte en de rit waagde naar het Verre Noorden.

-- aankomst van De Vier --

"we komen rond 23:00uur aan in Moholt!" leest Jørre in een berichtje op zijn GSM.
"Wat!? Dat is niet minder dan 24uur sneller dan verwacht" denkt hij terwijl hij naar de klok kijkt.
20:00u
"Dat moet nog lukken, eerst de film samen met Sanvje en Besnia uitzien en dan snel richting Moholt."
22:00u
"Verdoemse berg" denkt Jørre, terwijl hij richting Moholt fiets. In gedachten ziet hij de grote 4x4 wagen van zijn vrienden al naast hem rijden.
"Nu moet ik nog een douche pakken ook" denkt hij, "Ik kan mijn vrienden toch niet zeiknat in het zweet ontvangen".
Eenmaal thuis in Moholt kijkt hij naar de klok.
"22:18u, een snelle douche moet nog lukken".

22:21u
"Jøøørrrreeee! We staan op de parking in Moholt! Waar zit ge ergens?" zegt Nan door de telefoon.
"Euh, wacht vijf minutjes, ik ben daar direct" zegt Jørre, terwijl het water van de douche nog over zijn rug loopt.
Hij droogt zich af in twee seconden en loopt enthousiast naar buiten, loopt terug naar binnen, doet een broek aan en loopt terug naar buiten.
Van ver ziet hij zijn vier vrienden al staan en versnelt zijn pas. Tot plots De Vier hem zien en als zot naar hem toe lopen.
De twijfel slaat toe.
Niet over het feit dat het wel degelijk De Vier is, maar eerder de snelheid waarmee ze naar hem toe lopen over het gladde ijs. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij de straatstenen van dichtbij onderzoekt. Wijselijk stopt hij en vangt zijn vrienden op in zijn armen.

Een blij weerzien.
--Trondheim--

ZZZZZZzzzzzzzzzzzz
snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk knor
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzzzz

"Zucht, met vijf in een studentenkamertje slapen is een kunst die ik nog niet onder de knie heb" denkt Jørre, terwijl hij zich nog maar eens omdraaid.
"Er zit niets anders op om vroeg opstaan. En dat op een zondag ochtend!"
Maar ja, zoals u al weet begint elk goed verhaal vroeg in de ochtend (lees: "Tromsø")

Enkele uren later wordt De Vier wakker en na een deugddoend ontbijt vetrekken ze richting Trondheim.
Studentersamfundet-The dome-Trondheim Torg-Solside-Lade.
Allemaal heel schoon, gezellig en koud. Trondheim in volle glorie.
"Tja", denkt De Vier collectief, " 't is hier inderdaad niet slecht, maar het bier is toch wel duur!"
"Hoe zit dat hier eigenlijk met het eten. Hebben ze hier ook frieten?", vraagt Naj.
"Nee" zegt Jørre met een blik vol heimwee naar een goei pak friet mayonaise in een van het vet doordringt papieren zakje.
"Maar ze hebben hier wel fiskeboller!"
"Fiskeboller?" zegt Naj sceptish, "Wat is dat?"
"Een wit slijmerig goedje, voornamelijk bestaande uit vis, in een bal gerold" zegt Jørre droog, "best wel goed".
De Vier kijkt elkaar sceptish aan, maar een onverschrokken dappere is van niets bang, dus gaan ze de uitdaging aan.

En na een lange koude wandeling koken Jørre en Sanvje fiskeboller voor De Vier.
Vol nieuwsgierigheid laat ze de eerste fiskboller naar binnen gleiden...

Tja, eigenlijk was het vonnis niet geheel objectief vermits honger de beste saus is (en honger hadden ze),
maar fiskeboller heeft voortaan de goedkeuring van De vier.

--shopping--

ZZZZZZzzzzzzzzzzzz
snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk knor knor
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzzzz

08:00u
"Kreun, als dit geen goed verhaal word!? Zo vroeg in de ochtend" denkt Jørre, terwijl hij over zijn slapende vrienden heen klimt om de keuken te bereiken.
"Les van acht tot drie en dan een weekje vakantie" dentkt hij, "dit moet inderdaad een goed verhaal worden".
Na een snelle hap knakkebrød met kaviaar snelt hij naar de les. Eerst drie kilometer bergaf naar Gløshaugen voor "Materialmekkanik". Vervolgens drie
kilometer bergop naar Tyholt voor "Internal combustion engines". Daarna nog maar eens drie kilometer bergaf naar Gløshaugen voor "Turbomaskiner" en
de studentenjob voor "Thermodynamisker systemer". "Een mens moet er wat voorover hebben om te studeren" denkt hij.
Eenmaal terug in Moholt (drie kilometer bergop) vind hij zijn vrienden terug.

"En hoe was jullie langlauftrip?" vraagt hij.
"Bangelijk, maar intensief" luidt het antwoord. "We zijn klaar voor die huttetyr morgen! Hoe was jouw dag?"
"Interessant en intensief" zegt Jørre, terwijl hij zich avraagt waarom in godsnaam ze de studenten huisen op de top van de berg hebben gezet.
"Maar ik zou nog graag thermish ondergoed gaan kopen. Blijven jullie hier, dan ben ik terug in een half uurtje."
"Niets van" zegt Senáptieh. "Samen uit samen thuis! Wij gaan met u mee. Daarbij hebben we een wisselstukje nodig voor Nan haar ski's"
"Eeuh..." zegt Naj, "Ik denk dat ik toch maar hier blijf en een beetje uitrust. Daarbij zien die kotgenoten van Jørre er niet zo slecht uit ;) "

En zo gingen Jørre, Nan, Senáptieh en Nédins naar Trondheim centrum.
Om de Noorse mentaliteit te eren, oppert Jørre om te voet te gaan.

"Weeral een vijftal kilometer bergaf" denkt Jørre. "Conditie krijg je hier wel".
Eenmaal aangekomen in het centrum leert Jørre twee waardevolle lessen:
1. winkels sluiten om 18:00u
2. met de fiets ben je sneller

Maar gelukkig zijn zelfs in Het Verre Noorden de grootketens langer open. Met volle moed zoeken ze naar een sportwinkel.
"Sorry meneer, uw maat hebben we niet en ook dat wisselstukje voor de skis maken wij niet meer. Probeer Go-sport eens" zegt de cassière vriendelijk.
"Go-sport sluit om 18:00u en het is 18:10u nu" zegt Jørre.
"Oh" zegt de cassière, "Probeer dan OBS".
"OBS in Lade, zo'n tiental kilometer bergop!?" zegt Jørre.
"Ja, that's the one!" zegt de cassière, blij dat ze mij niet moet uitleggen waar het is.

"Er zit niets anders op om naar Laden te gaan klinkt het vonnis. Maar we nemen de bus, nog eens tien kilometer is me teveel" zegt Jørre.
"Vier personen, Laden? Dat is dan 120NOK" zegt de buschauffeur.

Eenmaal aangekomen in laden gaan ze de warme winkel in.
"Sorry meneer, dat wisselstukje hebben we niet. Probeer XXL eens" zegt de cassiere vriendelijk.
"Zucht" denkt Jørre. "Gelukkig is XXL niet ver hier vandaan."

"Oei" staat op het gezicht van de cassière in XXL af te lezen, "bestaat dat nog? Wij hebben het in ieder geval niet meer".
Dan maar met gebroken ski's naar de hut.

"Jørre, ik heb honger, ik ben moe en ik wil ne koek".
Jørre draait zich om en ziet zijn arme uitgehongerde vrienden naar de pølse (=hotdog) kijken.
"Och ja, waarom niet" denkt hij, "Ze komen tenslotte maar een keer op bezoek".

Na de duigdoende pølse is het humeur weer 200%.
Tot blijkt dat de bushalte terug richting Trondheim een kwartier stappen is en het humeur weer daalt tot 50%.
Al gauw blijkt dat dit niet haalbaar zal zijn zonder een zakje snoep. Via een kleine omweg (voor snoep doet m'n alles) bereiken ze de bushalte.

"Sorry meneer, dit ticketje is slechts geldig tot 20:00u en het is 20:10u" zegt de buschauffeur. "U zult een nieuw ticketje moeten kopen"
"Noren en hun regeltjes, ze zijn er zot van. Het gaat niet lang meer duren of ze maken mij ook nog zot" dentkt Jørre terwijl hij de 120NOK voor de bus betaald.

"Sorry meneer, dit ticketje is maar voor één persoon, u moet bij betalen voor de drie andere personen" zegt de busschauffeur na de overstap richting Moholt.
"Wat!? Maar ik heb 120NOK aan de vorige betaald" zegt Jørre.
"Sorry meneer, dat staat niet op het ticketje. U moet bijbetalen voor de drie personen."
"Fæn i helvete jævle dritt (niet vertaald voor de gevoelige lezers)" denkt Jørre terwijl hij nog maar eens 90NOK betaald.

En drie uur later dan oorspronkelijk gepland komen ze aan in Moholt.
Voordat iedereen onder de wol kruipt checken Nédins en Jørre nog gauw waar ze morgen naar toe moeten rijden.
Op de detail-kaart zien ze dat het in de buurt van Bakken moet zijn en Via google-maps vinden ze al snel waar dat precies is.
"En hier is de rivier die we moeten volgen. Hier moeten we erover,..." mompelt Nédins. "Ja dat klopt volledig. Daar moet het zijn. Het is wel een beetje vreemd dat volgens de detailkaart we honderd meter de linkeroever moeten volgen en volgens de wegenkaart de rechteroever."

Op dat ogenblik horen ze Nan tegen Senáptieh zeggen "Ik vind dat die mannen wel goed zijn in oriëntatie"
Dit doet de laatste twijfel verdwijnen en iedereen kruipt tevreden zijn bedje in.

--poging 1 --

ZZZZZZzzzzzzzzzzzz
snurk snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk knor knor knor
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzzzz

06:00
"tut tut, tuut tuut, tuuut tuuut,..." zegt de wekker.

Om op tijd de hut te bereiken vertrekken ze vroeg. Terwijl ze de slaapbeesten uit hun ogen wrijven, starten ze de auto en vertrekken richting "out of civilisation"
"Vreemd" zegt Jørre na drie uur rijden, "ik ben al eens in die omgeving geweest en dat was maar twee uur rijden."
"Och ja, de weg zal dan wel beter geweest zijn. No worries, het is vakantie" zegt een stemmetje in zijn slaperige hoofd.

Na vier uur rijden zegt de GPS dat ze er zijn.
"Ik vraag snel de weg aan die oude vrouwtjes daar" zegt Nédins.
"Bakken, ja dat is hier" zeggen ze in koor, "maar van Nyvollen heb ik nog nooit gehoord.Tenminste niet in deze omgeving. In Tidal hebben ze een Nyvollen denk ik, maar dat is mistens drie uur rijden van hier."
"Ohooohh" zegt het stemmetje in Jørre's hoofd "nu blundert ge!"

Na een blik op de map blijkt dat er meer dan één Bakken's zijn, en ja, ook een in Tidal.
"Ja hier moesten we zijn" zegt Nédins, "kijk maar naar de rivier. De wegenkaart en de detailkaart komt mooi overeen!"
"Maar daar geraken we nooit voor zonsondergang" zegt Jørre.
"Och ja, dan maken we er toch gewoon het beste van hier" zegt Nan. "daar is een groot meer, laten we daar wat op gaan skiën."

Niet veel later heeft iedereen zijn ski's aan en wagen ze voorzichtig de eerste stapjes op het ijs.
De sporen van een auto in de sneeuw geeft al snel voldoende vertrouwen om naar het midden van het meer te gaan.
Al gauw heeft niemand het koud meer en gaan ze verder en verder richting de overkant van het meer zonder te beseffen hoe koud het eigenlijk wel is.

Eenmaal uitgeput keren ze terug naar de auto.
Wanneer de verwarming een tijdje opstaat vertellen de tenen van Jørre en Senáptieh hoe koud het wel geweest was. Terwijl de teentjes van Senáptieh al tintelend hun verhaal doen, maakt de dikke teen van Jørre zich dik en schreeuwt het uit dat het niet gehoord is om bij -20°C op een meer te gaan skiën met kapotte schoenen!
Jørre heeft niet veel keuze dan naar zijn dikke teen te luisteren, maar in gedachhte denkt hij: "Een bevroren-teen-ervaring rijker. Been there, done that! "

--Poging 2--
ZZZZZZzzzzzzzzzzzz
snurk snurk snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk snurk snurk snurk
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzz
snurk snurk knor knor knor knor knor
ZZZZZZzzzzzzzzzzzzzzzzzz

06:00
"tut tut, tuut tuut, tuuut tuuut,..." zegt de wekker.

Met een gevoel alsof het tweede zit is staat Jørre op.
"Deze keer goede keer" zegt het stemmetje in zijn slaperige hoofd.

Nog geen twee uur later staan ze op de parking in Bakken (de juiste deze keer).
Goed gepakt met eten en fototoestellen vertrekken ze richting Hognabu (de hut).
Vier uur volgen ze de compas richting noorden tot de hut plotseling vanachter de bocht tevoorschijn komt.

Na een geslaagde dag van skiën, snowboarden, koken, eten, drinken, zingen en vertellen vallen ze allen in slaap bij het verhaaltje van Klein Duimpje.

--Hognabu --

zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

"Ongeloofelijk hoe stil het kan zijn in zo'n hut" denkt Jørre. "Zelfs het gesnurkt kan de stilte niet breken."

Na een deugdoende, koude nachtrust en sneeuwpret overdag, keren ze voldaan terug richting Moholt.

(Dit is misschien een beetje te snel geschreven en het lijkt alsof er niet veel te doen is in zo'n hutje. Maar dat is ook zo en dat is wat een hutje zo leuk maakt. Daarbij komt nog dat het niet zo evident is om met een rugzak off-road naar beneden te skiën. Ik verwijs hiervoor naar filmpjes
en foto's op facebook)

Eenmaal terug aangekomen vertrekken ze, na een warme douche, richting Downtown. De studentdiscotheek waar het bier maar 20NOK (2.3EUR) is!

--skiën/afscheid --

De volgende dag gaat De Vier skiën, terwijl Jørre braaf naar de les gaat.
Als afsluiter gaan ze uit-eten en na het gefrituurde ijsje is iedereen voldaan en tevreden.

Zaterdag ochtend is het dan zover. Weeral afscheid moeten nemen, u weet ik doe het niet graag (lees:"De eerste dagen Noorwegen").
Toch ben ik een beetje blij dat ik mijn kamertje weer voor mij alleen heb.
Zoals het onder Erasmus-studenten wel meermaals gezegd word: "Friends, it's nice to see them come and it's nice to see them go".

-- Epiloog --

Een geslaagd bezoek! Ik kijk er al naar uit om terug naar Het Land Van Zeven Regeringen te gaan en een goei pint te pakken met m'n vrienden.
Ik trakteer!

Enkele uurtjes na het vetrek van De Vier, merk ik hoe moe ik ben en slaap van 18:00u tot 13:00u. Ik moet toegeven, dat heeft deugd gedaan!
Wat mijn teen betreft:
Na wat raad te vragen bij enkele Noren ben ik toch een beetje getroosd en voel ik me niet langer de domme toerist.
Hun reactie was:"tja das vervelend, maar na een drietal jaar hebt ge uw gevoel wel honderd precent terug. Maar euh, had je wel wollen sokken aan!?"
Ondertussen is de zwelling volledig weg, maar het ziet er naar uit dat de nagel er gaat uitvallen. Och ja, we live and learn.
--- the end ---

maandag 5 januari 2009

Tromsø

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het laatste afscheidsfeestje langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 22 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

In het treinstation vind ik drie erasmussers met kleine oogjes en grote verwachtingen, mijn reisgezellen. Wanneer de trein eenmaal vertrekt duurt het niet lang of de eerste valt alweer in slaap. Dat is waarschijnlijk het beste wat je kan doen als je op een boemel-trein zit over een traject van 500km. Ikzelf val nog niet in slaap. De thermometer die naast de noodrem hangt vind ik toch een beetje onheilspellend. Maar voorlopig blijven de temperaturen in de trein boven nul en lijkt de trein voor niets te stoppen. De neus van de trein is immers zodanig gemaakt dat een rendier dat op het spoor loopt zonder enige moeite in twee gereten wordt en van het spoor wordt geslingerd. Van alle dingen dat je over de Noor kan zeggen is “praktisch” er zeker één van.

Uit verveling probeer ik contact te maken met de Noorse naast mij -in het “vloeiend” Noors natuurlijk -.
Dat elke Noor Engels spreekt wist ik al, maar dat ze m’n Vlaams accent herkennen en in het Nederlands overschakelen is toch wel straf. Mijn verbazing is blijkbaar op m’n gezicht af te lezen en ze vertelt me dat ze getrouwd is met Nederlander en terug naar Noorwegen komt om Kerstmis te vieren met haar familie.
In dat opzicht zijn de Noren net als kikkers. Elk jaar MOETEN ze terug naar de plek waar ze geboren zijn en niets of niemand zal ze daarvan tegenhouden. Ziet u het verband?

Wanneer ik ze vertel dat we naar Tromsø gaan om Kerstmis te vieren zegt ze spontaan: “Ah, heb je dan familie in Tromsø?”
“Nee, dit is gewoon een buitenkansje dat ik niet kan laten schieten” zeg ik.

De blik in haar ogen zal ik later nog terugzien bij andere Noren en spreekt boekdelen. Het is moeilijk te verwoorden, maar het moet ongeveer dezelfde gelaatsuitdrukking zijn als ik had gezegd dat ik een alien ben. Een mix van ongeloof, verbazing, afschuw, respect en medelijden. Niet veel later valt het gesprek stil en probeer ik een beetje in m’n Noors boek te lezen.

Tien bladzijden verder val ik in slaap. Wanneer ik wakker wordt begint de zon al onder te gaan. Het moet ongeveer 15:00u zijn.
Mis, het is 12:00u. De trein gaat immers verder en verder naar het Noorden, terwijl de zon achterblijft in het Zuiden.

Nog tien bladzijden verder zijn we ongeveer in het de helft van ons traject.

De tijd vliegt voorbij en tien bladzijden later nemen we afscheid van het Nederlands-Noors koppel. M’n oogleden worden zwaarder, maar ik zet door en twintig bladzijden later komen we aan in Bodø. Het eindstation van de trein. Gelukkig is de oppervlakte van een Noorse stad niet te groot en vinden we snel het huis van onze host die we via cough-surfing hebben gevonden. M’n reisgenoten beginnen met het avondmaal terwijl ik met onze host praat. Hij blijkt een eenzame muzikant te zijn en het duurt niet lang of we krijgen een van z’n liefdesliedjes te horen. Toegegeven, hij heeft talent.

Ondertussen is het eten klaar: pasta en fishsticks. “Noot aan mezelf” zegt een stemmetje in m’n hoofd, “morgen kook ik zelf”. Tijdens het avondmaal wordt er een hevige discussie gevoerd over de politiek in Vietnam en China. Je weet wel, zo’n discussie waar niemand iets van afweet maar iedereen een mening over heeft.
Gelukkig is onze host een wijs man en terwijl hij z’n wijze woorden spreekt “Jongens, deze discussie is pointless” tovert hij twee flessen wijn tevoorschijn –die we achteraf zelf hebben moeten betalen, this is Norway – Na de eerste fles is iedereen China en Vietnam vergeten en komen de eerste liederen op gang, begeleid door de gitaar van onze host.

Na de tweede fles trekken we de stad in om het nachtleven van Bodø te verkennen. Na een rustig maar geslaagd feestje kruipen we onder de wol, of meer correct, in de slaapzak.

05:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het feestje gisteren langer duurde dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Na 10 uur reizen zal ik in Tromsø aankomen. Een slordige 400km van het meest noordelijke punt van Noorwegen.

Samen met m’n reisgenoten gaan we al slaapwandelend naar de bushalte tot plotseling de straattegels mijn hoofd ontmoeten. Ik ben nog altijd niet gewend aan het gladde ijs. Na m’n reisgenoten een paar Vlaamse scheldwoorden geleerd te hebben ben ik volledig wakker en terug met m’n voeten op de grond.

Eenmaal in de bus duurt het niet lang of ik val in slaap. Wanneer ik terug wakker wordt heb ik geen idee welk uur het is. Het is mistig grijs weer en geen zon te bespeuren. Veel trek ik er me niet van aan en val terug in slaap tot mijn maag me wakker maakt voor het middagmaal. M’n maag moet zowat het enigste lichaamsdeel deel zijn dat nog enig tijdsbesef heeft.

Na een duigdoend ontbijt/middagmaal praat ik met de Noor naast me. Jawel, vijf zinnen in het Noors voor hij in het Engels begint te spreken! Een persoonlijk record!
Natuurlijk is ook hij op weg naar het ouderlijk huis om Kerstmis te vieren. Z’n huis is gelegen op een heuveltje vlak naast de fjord met een veranda met zicht op zee. Een ideale plaats om met een warme chocomelk naar het Noorderlicht en de voorbij zwemmende walvissen te kijken vertelt hij mij. “Dat moet de reden zijn waarom de gemiddelde Noor zo oud wordt” zegt het stemmetje in m’n hoofd.
Wanneer hij me vraagt wat mij naar het verre Noorden drijft tijdens Kerstmis antwoord ik wijselijk dat ik een tante in Tromsø bezoek. Tja, een leugen voor zijn bestwil. Ik wil niet verantwoordelijk zijn voor het stijgend aantal hartstilstanden in Noorwegen.

Na een zestal uur komen we aan in Narvik, waar we van bus moeten verwisselen. Vermits we een uur moeten wachten op de bus naar Tromsø, hebben we tijd om de enigste interessante plekje in Narvik te bezoeken (volgens m’n Trotter). Een wegwijzer naar een aantal plaatsen in de rest van de wereld. Tja, je hebt niets gemist als je er niet bent geweest. (een duidelijkere foto zal ter beschikking gesteld worden op facebook)

Een viertal uur later komen we uiteindelijk aan in Tromsø! Een eilandje omringd door bergen en volgens den Noor het Parijs van Noorwegen. Buiten het feit dat beide steden een eiland zijn is deze vergelijking me ver zoek, al wil ik daar niet mee zeggen dat Tromsø geen gezellig stadje is. Moest ik opnieuw moeten kiezen naar waar ik op Erasmus wil gaan zit Tromsø zeker in de top 3.
Na een half uurtje vinden we onze kamers waar we de komende dagen zullen verblijven. Een studentenkamer dat we goedkoop kunnen huren. Ideaal!
Vermits niets doen zeer vermoeiend is laten we Tromsø voorlopig voor wat het is en kruipen we vroeg de slaapzak in.

De volgende dag wachten we onze twee Italiaanse vrienden op die terug komen van Noordkaap en via Tromsø terug naar Trondheim gaan. Vijf graden, regen en een schemering in de lucht dat wel eens noorderlicht zou kunnen zijn klinkt hun verslag. Niets om jaloers op te zijn dus.
Na een ontspannend dagje UNO is het mijn beurt om eten te maken: Pizza.

Terwijl ik het deeg maken kijken de Italianen elkaar vragend aan. Blijkbaar heb ik iets verkeerd gedaan volgens de Italiaanse traditie. Maar het wordt me vergeven en ze laten me verder koken. Wanneer ik met het beleg begin loopt het helemaal om zeep. Niet dat de pizza niet lekker is, maar volgens den Italiaan is het geen Pizza meer. Gelukkig zijn ze honger genoeg dat ze het over hun hart krijgen om het op te eten. “Noot aan mezelf” zegt het stemmetje in m’n hoofd, “maak NOOIT Italiaans eten voor een Italiaan!”

Na het avondmaal stuurt Svenja, die net aankomt in Finnsnes (ergens tussen Narvik en Tromsø) bij haar gastfamilie, me een sms’je dat er veel noorderlicht in de lucht hangt. Het duurt niet lang of iedereen staat buiten met de blik naar boven gericht. Teleurstelling alom, het is veel te bewolkt en er is veel te veel achtergrond licht van ’t stad. Maar niemand is zo wanhopig om noorderlicht te zien als een erasmusstudent en dus beginnen we te wandelen. Na een drietal uur zijn we volledig uit Tromsø-stad en zien we iets aan de hemel.

“Pfffffff” denk ik “daar kan ik mijn vrienden niet eens mee jaloers maken. Langgerekte groene wolken zie ik in België ook”. Gelukkig heeft Lucas een flesje wodka mee om warm te blijven en terug naar huis te geraken (jammer genoeg niet genoeg wodka om meer noorderlicht te zien).

07:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat de zoektocht naar het noorderlicht langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Vermits de twee Italianen morgen alweer vertrekken gaan we vandaag alles doen wat er te doen valt in Tromsø. Wat ik de volgende dagen zal doen is me een raadsel, maar daar probeer ik nog niet aan te denken. Eigenlijk zijn er maar twee musea in Tromsø dat de moeite waart zijn om te bezoeken, maar vermits alles hier sluit om 15:00u moeten we vroeg opstaan.

De volgende dag slapen we uit (behalve dan de Italianen die alweer naar huis zijn) tot dat ik wakker wordt van het licht! (Dit uitroepteken is niet misplaatst noch een vorm van dichterlijke vrijheid, maar bittere ernst. Wakker worden van het licht wanneer de zon niet meer opkomt is immers niet zo evident) Dit moet ergens rond 12:oou zijn. Het licht verdwijnt alweer om 14:oou, na ons ontbijt. Gelukkig is er voldoende sneeuw zodat je zonder moeite kunt zien “’s nachts”.
Lucas (een van m’n reisgezellen) heeft zijn vlucht terug deze avond. Terwijl we samen naar de luchthaven wandelen grappen we dat op het moment dat hij in de vlieger zit, een enorm spektakel van noorderlicht over Tromsø zal plaatsvinden. Niets bleek minder waar te zijn. Op de weg naar huis leggen we ons lot in de handen van een muntstuk: kop=links, let=rechts. Toeval of niet, maar op het moment dat we “een langgerekte groene wolk” zien, zien we tevens een donker stukje bos. Geen tijd te verliezen. Door de diepe sneeuw trekken we het bos in, tot plotseling:

Voor 15 minuten staren we met ons drieën naar de hemel. NICE!
Goed gezind wandelen we terug naar huis en kruipen de slaapzak in.

Op kerstdag trek ik er even alleen op uit, terwijl m’n vrienden een Noors equivalent van siësta uitvinden. Nog nooit heb ik zoveel volk op straat gezien in Noorwegen. Heel het land gaat samen met het hele gezin richting het kerkhof gewapend met een spade. Best wel luguber als je het mij vraagt. Mede door het feit dat het al behoorlijk donker is doet deze scene me aan een slechte zombie film denken. Dat je dicht bij je familie wilt zijn met Kerstmis is één ding, maar er zijn grenzen.

Al gouw blijkt dat den Noor toch niet zo zot zijn als ze voordoen en dient de spade alleen maar om het graf terug te vinden onder de sneeuw. Het resultaat mag er best wel zijn:

De chronologie van de komende dagen is me volledig bijster. Doordat er geen reden meer is om vroeg op te staan verschuift m’n dagritme van 12:oou tot 02:oou.

Op de dag dat we het vliegtuig terug naar Trondheim willen nemen steekt er een sneeuwstorm op. Murphy strikes again.
Ons vliegtuig kan niet landen en keert terug naar Bodø. Door de luidsprekers wordt er een mededeling afgeroepen wat we moeten doen om thuis te geraken, in het Noors natuurlijk. Na toch maar nog is na te vragen blijkt dat we een nieuw ticket moeten kopen. Shit! Ik heb natuurlijk niet genoeg geld meer daarvoor. Niets anders te doen dan mijn ouders te bellen.

Tuut-tuut-tuut-… Greet Vos is momenteel niet beschikbaar, …..
“Murphy strikes again”
En vermits ik mijn oude gsm gebroken heb, heb ik natuurlijk het nummer van mijn vader niet meer.
“Murphy strikes again”

Gelukkig heeft mijn grote zus nog steeds het nummer van mijn oude gsm en ken ik het nog vanbuiten. Na een kort gesprek als:
hoi Sarah, Zalig Kerstmis. Kan je mij wat geld lenen?”
Ben ik weer wat rijker.

Ook onze studentenkamer is nog steeds beschikbaar. Slapen in de luchthaven is dus niet nodig.

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat het wachten op de vlieger gisteren langer geduurd heeft dan me lief was heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet op tijd in de luchthaven zijn om een nieuwe vlucht te boeken.
Eenmaal in de luchthaven blijkt dat we pas de volgende dag kunnen vertrekken, maar dat de luchtvaartmaatschappij beslist heeft om onze vlucht te betalen.
Take that Murphy!

06:00u
-kreun-

“Waarom moet elk goed verhaal zo vroeg in de ochtend beginnen?” denk ik terwijl ik mijn wekker probeer te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat we gisteren te lang in de sneeuw gespeeld hebben heb ik eigenlijk niet zo veel zin om op te staan.

Maar ik mag niet klagen. Ik heb immers een goede reden om zo vroeg op te staan. Ik moet m’n vlucht naar huis halen. Hoewel het weer nog steeds somber is stijgt de vlieger deze keer toch op. En na een half uurtje vliegen: LICHT!

En na een vertraging van 36uur landen we uiteindelijk in Trondheim. Klaar voor m’n Nieuwjaar avontuur waar ik je alles over zal vertellen in m’n volgende blog.